De toekomst van toerisme ligt op het platteland!

terug

In de zomer van 2020 zijn we geconfronteerd met toeristen die massaal in eigen land op vakantie gaan. Goed voor onze toeristische sector, die zo het slechte voorseizoen deels goed heeft kunnen maken.

Tegelijkertijd neemt de druk fors toe op het landschap, dat sinds mensenheugenis vooral is ingericht voor de landbouw en de veeteelt. Zeker op warme dagen zoeken mensen massaal verkoeling bij de laatste vennen, beken, meertjes en natuurlijk aan de rivieren en stranden.

Toename van drukte die leidt tot stress en zelfs agressie. Het staat soms allemaal ver af van recreatie en ontspanning, terwijl de mens dat wel nodig heeft.

De drukte gaat dit jaar gepaard met een ongekende droogte en warmte. Waterschappen geven (terecht) aan dat het waterverbruik naar beneden moet, omdat anders de levering van drinkwater in gevaar komt. Droogte merken we vooral op de zandgronden in oostelijk Nederland en daar waar we gewend zijn het water snel af te voeren schreeuwen we nu om het water langer vast te kunnen houden.

Juist ten faveure van de landbouw zijn in die gebieden al die beken tijdens de ruilverkaveling in de vorige eeuw rechtgetrokken. Het overtollige water moest zo snel mogelijk naar de zee. Nu moet juist het tegenovergestelde gebeuren.

We moeten er rekening mee houden dat droogte, steeds hogere temperaturen (in de zomer) en waterschaarste gemeengoed gaat worden. Corona is een crisis die we uiteindelijk te boven gaan komen. Droogte en warmte zijn blijvend. Wen er maar aan!

We moeten aan de slag. Het landschap moet versneld (her)ingericht worden. Dit proces is al jaren geleden in gang gezet, maar verdient een hogere prioriteit.

Hert is geen gemakkelijk opgave en zeker ook geen goedkope uitdaging, maar laat ons dat er vooral niet van weerhouden de opgave proberen te verwezenlijken. Er zijn partners genoeg die er de schouders onder willen zetten.

Staatsbosbeheer wil binnen tien jaar 5.000 hectare nieuw bos aanleggen. Natuurmonumenten is, om maar een voorbeeld te noemen, bezig met de aanleg van de Markerwadden. De provincie Limburg presenteerde begin van het jaar het miljoen bomen plan.

Nieuwe natuur (herstel oude natuurwaarden) is overal in ontwikkeling. Mooi. Waterschappen proberen steeds meer (en beter) water vast te houden in sloten en meren. Van water afvoeren naar water behouden. De aanleg van meer waterbuffers of retentiebekkens (meren, sloten, plassen) past hier prima bij.

Ook de landbouw moet mee. Dat moet wel, want op dit moment is ruim twee derde van het landareaal in Nederland in agrarisch gebruik. Met slimmere technieken, kleinschaligere landbouw, meer biologische teelten en steeds meer boeren die stoppen komt er vanzelf grond vrij of beweegt de sector kansrijk mee.
De recreatiesector moet samen met natuurbeheerders en waterschapen aan de slag deze gronden niet alleen voor natuurontwikkeling en waterbeheer, maar ook voor recreatieve doeleinden in te richten en beschikbaar te stellen.

Zeker niet om nog meer vakantiewoningen te bouwen maar door het landschap als vrijetijdslandschap voor 17 miljoen recreanten in te richten. Water en waterbeheer (zoals de aanleg van zwemplassen, waterbuffers, rivieren en natte natuur) kunnen hier een belangrijke rol in spelen.

Ze passen ook bij de identiteit en het onderscheidend vermogen van Nederland als waterland, mits dit met visie gebeurt.

Wij hebben hier vanuit Leisure Brains zeker ideeën over en nodigen je uit mee te dromen over Nederland als waterrijk vrijetijdsland. We hebben het water ooit ‘overwonnen’ voor de landbouw. Laten we het nu koesteren door het in te zetten voor nieuwe natuur en recreatie en toerisme in eigen land.

Meer weten of eens brainstormen?

Neem gerust eens contact met ons op!